print
interview

Dennis van Leeuwen is supervisor van vijf McDonald’s filialen. Zo'n 300 man personeel heeft hij onder zijn hoede. Het inhuren van mensen met een arbeidsbeperking is voor werkgevers ingewikkeld geworden, vertelt hij.

Dennis van Leeuwen
Supervisor van vijf McDonald’s filialen in Leiden en Alphen aan de Rijn
07 maart 2016

‘Ik doe het niet om de Participatiewet, nee. Met de gedachte erachter ben ik het roerend eens, maar de uitvoering hapert nogal. Ik snap collega-ondernemers die zich de haren uit het hoofd trekken wel. Eenvoudiger is het allemaal niet geworden de laatste tijd. Bij de Wajong en WSW wist je hoe het zat en werd alles voor je geregeld, nu met allerlei verschillende indicaties is dat veel minder. Wij hebben gelukkig nog een boekhoudprogramma waar we het een en ander in kunnen bijhouden, maar kleine ondernemers worden zo met een pak papieren de straat op gestuurd: zoek het maar uit.

En alsof het allemaal nog niet lastig genoeg is, hebben ze ergens begin vorig jaar besloten dat iedere onderneming met 25 werknemers of meer per 1 januari 2017 5% garantiebanen moet hebben. Niet haalbaar, lijkt me. Als je het geleidelijk had aangepakt was het anders geweest. Eerst 2%, dan kijken of het haalbaar is en vervolgens na een jaar of drie beslissen of het percentage omhoog kan.

Maatwerk ontbreekt eigenlijk. Hiernaast zit een bouwmarkt met iets van 25 man in dienst. Iemand met een lichamelijke beperking kan je daar lastig plaatsen. Nou, dan vallen er al een boel af, kan ik je vertellen. Blijven misschien de mensen met licht autistisme over. Maar of je daarmee 1 fte in kan vullen, vraag ik me af.

Die 5% gaan maar weinigen redden. Wij ook niet, ben ik bang: we zitten nu op ruim 2%. Uiteraard proberen we het wel. Er zijn vacatures uitgezet, maar ja je moet arbeidsgehandicapten wel begeleiden. Ze hebben allemaal een eigen rugzakje. Dus verwacht je steun van de instanties, maar die begeleiding blijft helaas grotendeels uit.

Kijk, financieel redden we het wel. Onze organisatie is inmiddels een middelgroot bedrijf en we hebben driehonderd man personeel in dienst. Als door gebrekkige samenwerking tussen de instanties de subsidie te laat wordt uitbetaald, kunnen we dat goed opvangen. Maar als je nog geen dertig werknemers hebt en bovendien een kleine omzet draait, kan ik me voorstellen dat het anders ligt. Dan moet je elke cent omdraaien.

Per 1 september hebben we iemand op de locatie Beestenmarkt aangenomen bijvoorbeeld. En wat denk je? In november hadden we nog steeds geen compensatie ontvangen. Pas in januari betaalden ze met terugwerkende kracht uit. Nu verloopt het wel goed, en nogmaals, wij kunnen het opvangen, maar je zou het zolang de samenwerking met gemeente en DZB niet optimaal verloopt ook kunnen omdraaien: eerst de toezegging van de subsidie en dan pas de arbeidsgehandicapte in dienst.

Maatschappelijk betrokken

Jammer is het wel. Ik geloof namelijk heilig in het maatschappelijk doel van de Participatiewet. Iedereen naar vermogen aan het werk, prachtig. Zelf doen we er met de WSW-detachering en via de Wajong al jaren aan. Dat is natuurlijk op de schop gegooid. De Wajong bestaat nog wel, maar als je daarin terechtkomt, zie ik je niet.

DZB of de jobcoach van McDonald’s doet de selectie. Ik geef aan wat ik wil en zij reiken me dan kandidaten aan. Het kan dat ze al ergens op een werkervaringsplek werken. In dat geval zoek ik ze op. Even kennismaken, kijken wat ik voor vlees in de kuip heb. Zo heb ik Ap ook gevonden. Hij liep “stage” bij een supermarkt om een dagbesteding te hebben.

Ja, tussen aanhalingstekens, want in feite werd hij aan het lijntje gehouden. Zijn proeftijd verlengen om hem maar niet te hoeven betalen. Een halfjaar laten proefdraaien en vervolgens als alle rek eruit is hem afdanken. Dit slavernij noemen is misschien overdreven, maar het lijkt er toch wel heel erg veel op

En voor de gemeente maakt het niet uit, want hij heeft geen recht op een uitkering en kost niks. Nee, Ap heeft zijn baan alleen aan zijn doorzettingsvermogen te danken, want als ie het aan de gemeente Oegstgeest had overgelaten, zat hij thuis nog op de bank en was hij niet bij DZB beland.

Een Ap redt zich uiteindelijk wel. En ook de goede kandidaten zullen door die banenafspraak wel opgepikt worden. Nee, ik maak me echt zorgen over de groep die aan het randje hangt. De mensen die vroeger in de Sociale Werkvoorziening aan de slag konden, maar nu bij ons gedropt worden: verstandelijk gehandicapt met een trekje autistisme erbij. In Rijswijk legde de gemeente bijvoorbeeld een percentage op voor hoeveel mensen ze uit de Sociale Werkvoorziening moesten aannemen. Nou, dat werkte voor geen meter. Bijna iedereen die ze verplicht hadden aangenomen, staat inmiddels weer op straat. Zonder gespecialiseerde begeleiding is het gedoemd te mislukken. Dus ja, wie help je eigenlijk als je geen hulp aanbiedt, maar ondernemers wel verplicht mensen aan te nemen?

Maatwerk

In Leiden gaat dat gelukkig anders. Met Ap hebben we goud in handen. Dus dat hebben ze bij DZB gewoon goed gedaan. Niet dat die selectie altijd even gelukkig is, hoor. We hebben ook weleens vier gesprekken op een middag gehad zonder iemand aan te nemen. Het luistert nauw. Op een zaterdagmiddag is het hier echt complete chaos: veel gasten in de rij, alle plekken bezet, schreeuwende kinderen. Daar moet je wel tegen kunnen natuurlijk. Bij het bepalen van de indicatie worden factoren als “stressbestendigheid” en “regelmatig werken” te weinig meegenomen. Het is te algemeen geformuleerd.

Ik ben daar ook heel eerlijk over tegen kandidaten. Bij twijfel moet je het gewoon niet doen. Ze weten al dat ze beperkt zijn en wanneer ze hier na een paar weken gillend weggaan, loopt hun zelfvertrouwen helemaal een deuk op. Tegen Ap heb ik bijvoorbeeld heel eerlijk gezegd: “De eerste anderhalve maand loop je proef en krijg je alleen je reiskosten vergoed, daarna nemen we een beslissing en krijg je een contract of niet.”

Dan nog is het passen en meten. Ap is een topvent, maar als ik hem achter de kassa of in de keuken zet, wordt het lastig. Maximaal vier uur per dag licht lichamelijk werk, meer niet. Je moet daar dus bewust mee omgaan. En aangezien ik niet de dagelijkse leiding heb, vergt dat het nodige van de filiaalmanagers. Van sommigen zoals hier op de Rooseveltstraat en op de Beestenmarkt weet ik dat ze daar gevoel voor hebben, bij anderen liggen de capaciteiten elders.

Nogmaals met mijn vijf filialen kan ik dat nog wel managen. Hier wat meer, daar wat minder. Voor kleinere ondernemers is dat niet mogelijk. Zij staan zelf op de vloer, sturen een klein team aan en moeten dan ineens ook iemand met een arbeidsbeperking begeleiden. Ga er maar aan staan.’

Interview gehouden op 17 december 2015 door Jan Erik Keman en Mathijs Plukaard.
Foto: Werry Crone