print
interview

Alle partijen die met jeugd werken om een tafel krijgen: de gemeenten, scholen en zorgverleners. In de kop van Noord-Holland was dat gelukt hiervoor een bestuurlijk overleg te organiseren. Per 1 december 2015 is dat overleg weer opgeheven.

Lenda Bruin
tot 1 december 2015 programmamanager bij BOJOZ in de Kop van Noord-Holland
05 november 2015

Dit interview is gehouden in mei 2015. Het bestuurlijk overleg dat in de kop van Noord-Holland bestond en waarbij alle betrokken partijen die te maken hadden met jeugd om tafel zaten, is opgeheven per 1 december 2015. Daarmee is ook de functie van Lenda Bruin als onafhankelijke programmamanager opgeheven.

'Ik ben programmamanager bij het Bestuurlijk Overleg Jeugd Onderwijs Zorg (BOJOZ). BOJOZ is een intensieve samenwerking tussen onderwijsinstellingen, de gemeente en de zorg. Het is op initiatief van de onderwijsinstellingen ontstaan, omdat zij vonden dat de gemeente te veel zelf optrok, zelf plannen helemaal uitdacht dat pas daarna een gesprek ontstond met de onderwijsinstellingen.

Het kernbestuur van BOJOZ heeft tien leden: vier gemeenten, twee samenwerkingsverbanden van scholen, één vertegenwoordiger uit het voorschoolse, drie vertegenwoordigers uit de zorg en een voorzitter. Het doel is er samen voor te zorgen dat kinderen goed kunnen opgroeien - van hun geboorte totdat zij gaan werken.

BOJOZ wordt voor de helft gefinancierd door de gemeente en voor de andere helft door de samenwerkingsverbanden van de scholen. Eigenlijk vind ik het voor de verhoudingen beter als de zorg meebetaalt, maar aan de andere kant kun je ook zeggen dat de zorgaanbieders worden betaald door de gemeente, dus dan betaalt de gemeente eigenlijk twee keer.

De olie in de machine

Mijn functie heet ‘programmamanager’, maar eigenlijk is mijn hele programma gewoon zorgen dat iedereen met elkaar aan tafel blijft. Mijn rol is om alle partijen bij elkaar te houden. Ik moet er voor zorgen dat de kokers waar iedereen in zit, ramen en deuren krijgen en dat iedereen elkaar op gezette momenten over een onderwerp spreekt. Ik bemoei me niet met de uitkomst. Ik hoor bij geen van de drie partijen, dus ik ben voor niemand een bedreiging. Daardoor kan ik dingen bespreekbaar krijgen.  

Bijvoorbeeld toen een van de vier gemeenten het Schoolmaatschappelijk Werk anders wilde gaan vormgeven zonder dit te bespreken met het samenwerkingsverband van scholen. Ik hoor dat dan via-via. In zo’n situatie probeer ik te achterhalen wat er aan de hand is. Eerst bij degene waar het signaal vandaan komt. Daarna bel ik het samenwerkingsverband van de scholen om te kijken of zij weten hoe het zit. En ik heb de gemeente gebeld. De ambtenaar die erover ging kreeg ik niet te pakken en toen dacht ik: dit kan gewoon niet, ik ga de wethouder bellen, je kun niet zomaar eenzijdig hiermee stoppen.

Wat mij opvalt is dat de kop van Noord-Holland een van de weinige regio’s is, voor zover ik dat kan beoordelen, waar we een op overeenstemming gericht overleg (OOGO) voeren met vier gemeenten en de twee samenwerkingsverbanden van de scholen samen. Je hoort toch vaak dat op gemeenteniveau OOGO gevoerd wordt rondom ondersteuningsplannen. Om het op onze manier te doen is natuurlijk enorme tijdswinst. Dit is toch wel iets om trots op te zijn.

Het verantwoordelijkheidsgevoel van iedereen die betrokken is in deze regio is groot, maar iedereen heeft zijn eigen kaders en beperkingen waardoor hij sommige dingen niet kan waarmaken. Zo zijn gemeenteambtenaren bijvoorbeeld niet de meest ondernemende types, anders waren ze wel ondernemer geworden. Ze zijn als de dood dat ze niet weten wat er met het geld gebeurt, dus zijn ze erg van de regeltjes en procedures, terwijl ik denk: geef toch gewoon die instellingen dat geld, dat komt echt wel goed.

Dat ondernemerschap ontbreekt ook in het onderwijs en in de zorg, dus het is wel een lekkere sector waar je iets nieuws moet neerzetten. Maar iedereen heeft wel het beste voor met de groep waar ze het voor doen: de kinderen in de kop van Noord-Holland. Op de inhoud hebben alle partijen elkaar aldoor nog gevonden.

Vorig jaar in de aanloop naar de decentralisatie leek het even mis te gaan, niemand sprak met elkaar, de vier gemeenten voerden een strijd en de samenwerkingsverbanden waren druk met de invoering van passend onderwijs. Toch vonden de partijen elkaar op tijd weer, ze hadden elkaar nodig.

Stel de samenwerkingsverbanden centraal

Stel je wilt in een andere regio een samenwerking als BOJOZ op poten zetten, dan zou ik dat ook op het niveau van de samenwerkingsverbanden van de scholen doen en dan het voortgezet onderwijs als leidend nemen. Basisschoolkinderen zitten vaak wel in dezelfde gemeente op school als waar ze wonen. Het wordt pas lastig als kinderen in een andere gemeente wonen dan waar hun school staat.

Het is belangrijk dat zowel primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en hbo vertegenwoordigd zijn in de overleggen. Je moet de hele keten hebben. De groep moet niet zo groot worden dat je geen discussies meer met elkaar kunt voeren, maar de gemeenten en de samenwerkingsverbanden van de scholen moet je in ieder geval hebben. Ook moet er een onafhankelijk persoon zijn zoals ik dat ben in mijn functie, die tussen de partijen kan bewegen. Iemand die niet bij een van de partijen hoort en er ook niet vandaan komt.

Er wordt nu een onderzoek gedaan naar hoe BOJOZ verder moet. Er zijn nieuwe uitdagingen. Gemeenten gaan toch weer heel erg zelf alles doen en dat vinden onderwijsinstellingen en jeugdzorgaanbieders eigenlijk helemaal niet oké. Gemeenten vinden die samenwerking met deze partijen lastig omdat zij in een andere rol zitten: de verhouding gemeente-zorgverlener is veranderd in een opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie. De verhouding met scholen is eigenlijk gelijk gebleven.

Hoe je het precies organiseert, maakt denk ik niet zoveel uit, als die partijen rondom jeugd maar met elkaar om tafel blijven zitten op bestuurlijk niveau. Dat heeft in de Kop van Noord-Holland veel goeds gebracht en ik denk dat dat ook nog steeds veel goeds kan blijven brengen. We moeten wel even nadenken hoe we dit bestendig kunnen maken voor de toekomst.'

Nu het BOJOZ-oude-structuur is gestopt per 1 december 2015 is besloten dat vertegenwoordigers uit het onderwijs en de kinderopvang aansluiten bij het portefeuillehoudersoverleg van de vier betrokken gemeenten. Dit zogenoemde bestuurlijk overleg kernpartners BOJOZ zal in de toekomst ambtelijk ondersteund worden vanuit het sociaal domein. Meer hierover leest u op de website van het BOJOZ.

Interview gehouden op 11 mei 2015 door Annemarieke Nierop en Mariska Pijpers (opgetekend door MP)
Foto: TINEKE