print
interview

Greetje Kauffeld vertelt over haar zangcarriere, hoe ze haar man leerde kennen, en hoe ze samen muziek maakten en kinderen kregen. En hoe ingewikkeld het was toen hij ging dementeren. 'De casemanager heeft me enorm geholpen.' 

Greetje Kauffeld
09 september 2016

Ik ben in 1939 geboren in Rotterdam en tijdens de oorlog verhuisd naar Brabant. Na de oorlog zijn mijn ouders, broer en ik naar Middelburg en Vlissingen verhuisd.

Vanaf mijn 9e jaar wilde ik zangeres worden. Dat wist ik zeker. Ik zat altijd bij de radio en zong  met alle liedjes mee. Out of the clear blue sky. Ging vanzelf. Op de Mulo hadden we een bandje 'the Raindrops' en we speelden al die tophits, 'Mr. Sandman' onder andere, many times mee. Ik zong al die liedjes. Op de radio waren er programma’s zoals 'De oprechte amateur' en 'De microfoon voor u'.  De producers kwamen naar Zeeland voor audities en daar deed ik aan mee met the Raindrops. We werden uitgenodigd om naar Hilversum te komen en daar speelden we. Ik was toen 13 jaar. Geweldige tijd.

Zangcarrière

Toen ik 15 jaar was gingen mijn ouders scheiden en verhuisden mijn moeder en ik naar Rotterdam. Mijn broer, 10 jaar ouder dan ik, was het huis al uit. Ik ging bij de plaatselijke telefoondienst werken en speelde tussendoor in bandjes. Bij de plaatselijke telefoondienst werkten leuke meiden, collega’s, en zij hadden gezien dat de Skymasters een zangeres zochten. Wij met die meiden naar de Zeven provinciën, waar ze optraden. Daar heb ik gezongen en dat viel in goede smaak. Op zaterdag moest ik terugkomen om nogmaals te zingen. Daarna zie de leider dat ik voor proefopnamen naar Hilversum moest komen. Zo gezegd, zo gedaan en toen ben ik gelijk aangenomen.

Met die mannen spelen, dat was geweldig. Het voelde alsof ik thuis kwam. Mijn moeder stimuleerde mij ook enorm.

We waren het dansorkest van de AVRO en wij speelden in de studio van de AVRO twee keer in de week. Korte tijd erna zijn mijn moeder en ik naar Hilversum verhuisd om dichterbij mijn werk te zijn. Ik had het druk.

Toen kwam het songfestival en een tournee door Duitsland bij Tanzbrunnen in Keulen. Ik was vaste zangeres van de AVRO en om te zingen bij de VARA moest je toestemming hebben van de AVRO. Ik werd uitgenodigd voor het  Festival la Casona en ik ontmoette Johny Jordaan, Mieke Telkamp en Willy Alberti. We speelden op het San Marcoplein. Ik ontmoette daar een Duitse producer, Erwin Lehn, en werd gelijk uitgenodigd om  naar Stuttgart te gaan. Ik kreeg toestemming voor optredens in Duitsland. 

Via het netwerk en het songfestival had ik veel optredens. Ik heb  drie jaar bij de Skymasters gezeten en heb daarna veel in Duitsland opgetreden, onder andere in Stuttgart en München. De televisie had toen grote shows met live orkesten. Ik heb er 9 jaar gewoond. Toen 1 jaar in de Verenigde Staten, in Los Angeles; ik speelde toen in de 'Joey Bishop show'. Na 1 jaar ben ik  naar Las Vegas gegaan. We zitten dan in 1968. Daar heb ik een cd met een Braziliaanse musicus opgenomen: Oscar Castro Neves, die een grote carrière als gitarist heeft gemaakt.

Elk jaar werd er een Funkausstellung in Berlijn gehouden. Hier werden grote shows opgevoerd, waar ik aan meedeed. Al wandelend  naar mijn hotel kwam ik Teddy Scholten tegen, die mij voor een gezellige borrel uitnodigde in een café. Daar waren onder meer Joop de Roo en Henk van Stipriaan aanwezig. Joop was nog getrouwd en ik schonk geen aandacht aan hem. Ik ben nog een jaar naar de VS geweest, maar toen ik terug kwam, kwam ik Joop vaak tegen. Hij was hoofd lichte muziek bij de AVRO en met Joop hebben we voor de AVRO met het Metropool orkest fantastische producties gemaakt. Hij was toen gescheiden en zo is het aan gekomen tussen ons. De contakten met Duitsland bleven bestaan.

Met Joop de Roo (86) ben ik nu 46 jaar getrouwd. We hebben twee kinderen: Mark en Nathalie. Het zijn fantastische kinderen. Mijn moeder paste vaak op als ik moest optreden en als Joop moest werken. We hebben samen veel platen gemaakt. We woonden met veel plezier in Almere en hadden een prachtige tijd samen.

Dementie sluipt erin

In 2011 begon de ziekte van mijn man met kleine dingen. Je hebt  niet in de gaten dat er iets mis is. Bijvoorbeeld de auto niet kunnen vinden. Door rood rijden. Sleutels vergeten. Maar toen hij  tegen de richting in reed over een brug ben ik zo boos geworden. Ik durfde niet meer bij hem in de auto.  Hij werd ook boos, want er was niets aan de hand.

Het duurt lang voor je het met iemand bespreekt, maar wel met mijn kinderen. Mijn dochter heeft toen een afspraak  in het Ter Gooi gemaakt en hij heeft allerlei proeven gedaan. De diagnose was vasculaire dementie. Maar wat weet je ervan? Dementie  gaat sluipenderwijs. Hij had hele heldere momenten en was ook boos. En ik ook. Dit was vooral in de beginperiode. Toen hij het niet meer besefte, was hij heel lief en vrolijk. Iedereen houdt van hem.

Als mantelzorger verdwaald in een vreemd systeem

Ik kreeg fantastische hulp via de kinderen. Ik weet niet hoe ze dat gedaan hebben. Er was een casemanager, ik ben haar naam vergeten, maar zij was zo belangrijk. Ze heeft me geweldig geholpen. Je komt in een wereld terecht waar je geen notie van hebt. Je kent die hele zorgwereld niet. Zij maakte afspraken voor dagopvang en thuishulp. Het is dan medio 2012.

Hij kreeg hulp bij het aankleden, wassen. Want dat mocht ik niet doen van hem. En hij liep steeds weg. Hij liep de bus zogenaamd voor de dagopvang tegemoet, maar dan raakte hij de weg kwijt. In de flat ging hij de verkeerde uitgang uit, of hij ging te vroeg naar beneden en 'liep de bus tegemoet'. Dan moesten we hem zoeken. Een keer liep hij bij de Hoge Ring. Hartstikke gevaarlijk. Als hij met de trein ergens naartoe ging, stapte hij te vroeg uit en ging dan naar huis lopen. Maar van station Muziekwijk naar huis is een heel eind. Dat was de eerste keer dat hij thuis werd gebracht.

In het begin was er dagopvang, maar niet in de weekends. De weekends waren moeilijk. En hoe kom je dan een weekend door? Gingen we bijvoorbeeld kijken in Nuenen naar een optreden, om de dag door te komen. Daar is een theatertje en een cafeetje... Ik moest naar het toilet, maar was dan bang dat hij weer verdween. Altijd die zenuwen dat hij wegloopt. 

Op een gegeven moment heb ik hier in huis de deur op slot gedaan zodat hij niet meer naar buiten kon, en de sleutels verstopt. Dan liep hij naar de deur, kreeg hem niet open en liep dan weer terug, gelaten, alsof hij niet meer wist dat hij weg wilde. We hebben een andere organisatie, de thuiszorg, ingehuurd met een mevrouw die bleef slapen als ik moest optreden. Daar moet je voor betalen.

De eerst keer kon hij voor opname  naar Lage Vuursche. Ook daar liep hij een keer weg toen hij mij naar de auto bracht. Hij was tot Baarn gelopen en wilde vandaar met een taxi naar Almere. De taxichauffeur belde mij en vroeg of ik €100  in huis had om mijn man thuis te brengen.

De reis naar Lage Vuursche was te duur voor de AWBZ en we moesten in Almere zoeken naar iets voor vier dagen per week. Toen is hij in Muziekwijk ondergebracht. In het begin kreeg hij veel medicijnen. Alleen de verpleegkundige of mijn kinderen mochten medicijnen geven. Dat was heel erg. Mijn overbuurvrouw Claudia haalde hem regelmatig terug, als ze zag dat hij wegliep. Er gebeuren gekke dingen hoor!

Zo vertelde hij op een keer 'Greetje is jarig' - maar dat was helemaal niet zo. Staan er allemaal mensen voor de deur. En ik had niets in huis. Geeft niets. De  buren haalden stoelen en drank en hapjes en ik heb nog nooit zo spontaan zo leuk mijn verjaardag gevierd. Bizar, maar ik heb hele leuke buren en mensen om me heen. Af en toe was hij helder, maar ik werd hoe langer hoe zenuwachtiger. Ik kon niet meer slapen. Dat was eind 2014. Steeds dat weglopen, altijd alert zijn. Ik was doodmoe en dat ging op mijn stembanden zitten. Hij kon toen in Polderburen terecht. Daar is om het restaurant een rondlopende grote lange gang. Hij deed niets anders dan rondjes lopen. Dat doen veel demente mensen. 

Mijn zoon heeft een half jaar van tevoren in Weesp gekeken. Verpleeghuis Hogewey. Samen met Joop. Dat was met opzet. Na drie maanden mocht Joop er naar toe. Het is daar fantastisch. Goede verzorging. Kleine groepen. Hij voelde zich gelijk thuis.

Contact

Normaal gesproken ga ik 1 keer per week naar hem toe in Weesp. Ik reed met hem naar de tandarts, want hij heeft nog een goed gebit. Nu niet meer, want hij kan niet meer lopen. Vorig jaar had ik vier concerten met het Metropole Orkest in de RAI en is hij met verzorgers een avond mee geweest. Alsof hij thuiskwam. Hij herkende alles, de muziek, de mensen. Hij heeft genoten. Hij is een muziekman en is naar het  Metropole Orkest toegegaan. Daar heeft hij een fantastische avond gehad. We vierden Sinatra 100 jaar. 

Ik heb cd’s uitgezocht die hij geproduceerd heeft en daar luistert hij nu naar. Als hij onrustig is en voor het slapen gaan, luistert hij altijd. Hij wordt er rustig van en vindt het heerlijk. Maar hij kan zinnen niet meer afmaken. Hij herkent mij wel. Hij herkent ook nog zijn dochter en zoon.

Tevreden over de zorg

Ik wist niets van financiën. Dat regelde Joop. Mijn zoon heeft het mij geleerd en nu gaat het redelijk.  Voor het verpleeghuis draag ik bij en ik betaal voor de was, de kapper, de manicuur. Ze verzorgen hem uitstekend. Je moet ineens een nieuwe zorgwereld leren kennen.

Ik heb het weer goed op de rails en kan zelfstandig mijn zaken regelen. Ik wil niet altijd anderen tot last zijn. Maar dat duurt even hoor. Ik was zo blij met de casemanager. Die wist allerlei mogelijkheden om mij te helpen. Dat kun je helemaal niet zelf doen, al zou je het willen. Het is een aparte wereld. Je kent die thuiszorgwereld helemaal niet. Je weet niet met wie je afspraken moet maken. Joop was kieskeurig. Van sommige 'meisjes' weigerde hij de zorg, met name van de avondzorg. En dan regelden ze onderling  wie er wel kon komen en wie niet. Dat is toch fantastisch!

Toekomst 

Ik maak me geen zorgen. Om wat? Dat vind ik verloren tijd. Ik maak me wel zorgen om de aanslagen die gepleegd worden, om de aarde die kapot gemaakt wordt. Dat we niet kunnen leven met elkaar zonder op de vuist te gaan. Ik vind de wereld agressief geworden. Ik ben blij dat ik in de muziek zit. Dat hoop ik nog lang te kunnen doen.

Interview afgenomen op 3 augustus 2016 door Ellie Teunissen en Loes Boekema
Foto: Ellie Teunissen